Expeditie Brandaris

Zondagochtend om kwart over zeven ligt een normaal mens nog lekker in zijn bed. Bij mij ging deze zondag de wekker, want we (Harold, Joyce, Dwight, Mariëlle en ik) gingen op expeditie. Dat moet niet onderschat worden, dus zooi wordt verzameld en koelboxen worden gevuld met ijs, (vr)eten en drank. Rond half negen staan Harold en ik onze zooi achterin de pick-up te laden en komt Joyce aantuffen op de brommert met nog meer voer, drank en zooi.


De pick-up heb ik geleend van de verhuurder van mijn Jimny. Ik mag 'm gratis een dagje lenen. Het is weer een bijzonder exemplaar. René (de verhuurder) appte me zaterdag dat de auto klaarstond (met de sleutels onder de welbekende zonneklep): 'Teruggekomen met wat schade. We proberen het spatbord wat te fatsoeneren, maar de achterdeur gaat alleen van binnenuit open. Verder geen problemen in gebruik. Ik heb helaas geen andere beschikbaar'. Toen ik de auto zaterdagavond ging ophalen heb ik er niet op gelet, want het was donker, maar zondagochtend blijkt dat het wel een bijzondere schade is. Het lijkt wel of de carrosserie over een stuk van een halve meter doorgesneden is of zo. Maar hij heeft gelijk: verder geen problemen in gebruik en het spatbord is gefatsoeneerd.


Met zijn drieën gaan we op weg. Op het programma staat de beklimming van de Brandaris in Washington Slagbaai Nationaal Park. In Slagbaai ben ik al eerder geweest, maar de berg (241 meter hoog) heb ik steeds links laten liggen. Rond kwart over negen komen we aan bij de ingang en daar wachten we op Dwight en Mariëlle. Dwight stelt dan een kleine programmawijziging voor, maar Joyce weet hem daar resoluut van te weerhouden. Nadat er nog meer zooi is overgeladen in de pick-up gaan we op weg naar de Brandaris. Bepakt met voldoende water en camera's gaan we op pad. Het is warm, zeker op de open stukken, maar we zijn niet stuk te krijgen. Zweten doen we wel. Af en toe zien we in de verte/hoogte de top liggen, langzaam aan komt die dichterbij. Het eerste stuk is prima te doen. Het pad is redelijk, af en toe wel wat glad, maar niets onoverkomelijks. Wel uitkijken voor de cactussen.











Als Mariëlle dan even niet goed oplet en in een gapend ravijn verdwijnt, besluiten we met z'n vieren verder te gaan. Dan wordt het minder makkelijk. Het pad is geen pad meer, maar slechts af en toe een bordje wat vaag in een richting wijst. Op een gegeven moment zien we geen pad meer en gaan we op goed gelukt naar boven, klimmend en klauterend tussen rotsen, langs een aardige afgrond. Op dat moment vraag ik me wel even af waar ik aan begonnen ben. Het gaat gelukkig goed en niet veel later zien we het oorspronkelijke pad weer en weten we zeker dat we niet langs die rotsen omhoog hadden hoeven/moeten klauteren. Het blijft opletten, want de grond is hier erg rul en voor je het weet glijd je uit. Eenmaal boven kunnen we genieten van een prachtig uitzicht over het park, met in de verte onder andere Slagbaai zelf. Na een uitgebreide fotosessie beginnen we aan de afdaling.









Die is lastiger en zo af en toe is de beste manier om naar beneden te gaan zittend op je kont. Iets verderop komen we Mariëlle weer tegen, die net uit het ravijn geklauterd is. Ze is helemaal Zen en heeft onderweg leuk contact gelegd met een berggeitje. De terugtocht verloopt verder zonder problemen en terug bij de auto drinken we wat en eten we wat, terwijl we worden omsingeld door hongerige hagedissen en een hongerige leguaan.



De ochtend is dan al weer voorbij en we gaan naar onze volgende stop: Wayaka II. Nog verhit van het klimmen komt de stoom bijna van ons af als we het water inplonzen. Na wat gezwem en gesnorkel is het tijd voor een drankje. Staand in een prachtige blauwe zee en met een biertje in mijn hand, kan ik dan alleen nog maar genieten van het leuke gezelschap en de schitterende omgeving.



Niet veel later gaan we op weg naar de volgende stop: het strand bij Slagbaai. Daar worden we hartelijk ontvangen door een chagrijnige dame die onderdeel uitmaakt van een echtpaar aan een picknicktafel. Wij hebben een bescheiden muziekje bij ons en als we in de buurt van het echtpaar neerstrijken, zeg ik ze gedag en zeg ik dat ik de muziek graag uitzet als ze er last van hebben. De dame in kwestie snauwt ons toe dat ze er uiteraard last van heeft, omdat ze in een natuurpark is. De toon is gezet. De muziek gaat uit en wij maken lawaai zonder muziek. Niet veel later vertrekken ze en pikken wij de picknicktafel in. Problem solved.




We drinken nog wat en we eten nog wat en dan is het tijd voor de sprong in het diepe. Je kunt hier mooi van een rots af de zee in springen, en in een overmoedige bui heb ik gezegd dat ik dat wel wilde. Joyce (been there, done that) en Harold gaan mee. Vanaf het strand lijkt het prima te doen, eenmaal boven is boven wel heel hoog. Joyce gaat eerst, zonder twijfel stort ze zich in de afgrond. Dan ga ik. Op het moment dat ik spring en niet meer terug kan denk ik 'Fuck, toch wel hoog', maar dan lig ik al onder water en zwem ik alweer omhoog. Dan springt Harold en niet veel later zoeken we de de kant weer op. Wel jammer dat ik op het verkeerde knopje van de actioncam heb gedrukt, dus mijn eigen filmbeelden zijn mislukt. Of beter: ze zijn er gewoon helemaal niet. Gelukkig heeft Joyce wel gefilmd en heeft Dwight foto's gemaakt.





We drinken nog wat en we eten nog wat en we kletsen nog wat. Als de parkranger om vier uur verschijnt worden we met zachte dwang in de auto gedreven en gaan we op weg naar de uitgang. Onderweg spotten we nog wat mooie flamingo's en een roofvogel, maar daarna wordt de rit vervelend, want Joyce moet plassen, dus wil dat ik harder ga rijden richting toilet en Joyce heeft een volle blaas, dus wil dat ik zachtjes door de kuilen en over de bobbels rijd. Een onmogelijke opgave en de spanning is te snijden. Het toilet wordt nipt gehaald en met gejuich ontvangen.







Na een noodzakelijke pauze gaan we op weg naar Rincon voor een laatste drankje. In Kos Bon So, een lokale kroeg, is het lekker druk en scoren we een drankje. Dan blijkt dat er aan de overkant op het plein bij de kerk iets gaande is. We gaan kijken en komen midden in het Sinterklaasfeest terecht. Het is echt een feest, maar sinterklaas is eigenlijk bijzaak. De sint zit ergens op een podium op een mooie stoel onder een afdakje. Best wel een ereplaats, maar niemand heeft echt aandacht voor hem. Sterker nog, iedereen staat met de rug naar hem toe. Het feest draait om de pietjes. Die bouwen een leuk feestje voor de kinderen. Ze dansen, ze zingen, en ze doen gek met en voor de kinderen. Ook wij krijgen er geen genoeg van. Als het afgelopen is, regent het ineens snoep. In al haar goedheid graait Mariëlle wat snoep bij elkaar om het vervolgens weer aan een kind te geven, maar een klein knulletje is hevig teleurgesteld als ze het net voor hem weggraait.







We hebben nog niet genoeg gegeten en besluiten in Kralendijk spareribs te scoren. Dan blijkt dan niet alleen mijn autootje kuren heeft. Dwight en Mariëlle hebben een lekke band. Het kan geen toeval zijn: ook zij hebben een witte Jimny van Fairmiles. De krik is behoorlijk verroest, maar doet het nog wel. Hij is alleen niet hoog genoeg. Dan komt een buurtbewoner met een betere krik ons helpen. Ook die is niet hoog genoeg, dus worden er eerst één en later meer planken gehaald door de uiterst behulpzame man. Uiteindelijk staat de auto hoog genoeg en kan de band verwisseld worden.


Later dan de bedoeling gaan we weer op weg naar Kralendijk voor de spareribs. Die smaken goed, zelfs nog nadat Harold heeft verteld wanneer hij voor het eerst in een pornofilm heeft gespeeld. De ribjes zijn in no time weggewerkt en we brengen Harold nog wat noodzakelijke etiquette bij. Dan is het mooi geweest en breken we op. Eenmaal thuis ruim ik alle zooi weer op en kijk ik terug op een geweldige dag. Met het laatste beetje energie maak ik mijn blog van de afgelopen week nog af en dan gaat het kaarsje uit en ga ik naar bed.

De werkweek begint te vroeg. Ik heb prima geslapen, maar ben nog moe. Met nog een paar weken te gaan wordt het zo langzaam aan tijd om dingen af te gaan ronden. Mijn project zit op een paar punten na goed op schema. De implementatie is op een haar na afgerond en de komende weken gebruik ik nog om hier en daar ondersteuning te bieden bij het verhelpen van kinderziektes of onvoorziene zaken. Verder bemoei ik me gevraagd en ongevraagd ook nog met wat andere zaken. Een lekker werkweekje, als ik er zo op terugkijk. Minder lekker is dat ik als ik op donderdag wakker word, koppijn en keelpijn heb. Voelt als ziek worden. Maar bikkel als ik ben ga ik gewoon werken. In de loop van de dag knap ik op en lijkt het vals alarm. Als ik in de pauze een blokje ga lopen kom ik aan de kade een nieuwe boot tegen. Een flinke 4-master. Het is een klein cruiseschip en blijft indrukwekkend. Je moet er alleen niet te lang naar kijken, want hoe langer je kijkt, hoe lelijker ze worden. Vooral de reddingsboten aan de zijkant zorgen ervoor dat het er eigenlijk allemaal niet uitziet. Maar ze zullen wel ergens goed voor zijn.


Die avond drink ik nog een wijntje bij Joyce als ik haar koelbox en andere zooi van de expeditie kom afleveren. We kletsen wat en ik geef een lesje foto's bewerken, wat ze braaf ondergaat. Alsof ik zo een expert ben. 's Nacht slaap ik weinig, al lig ik keurig op tijd in bed. De keelpijn komt vele malen heftiger terug en ik krijg knallende koppijn. Na wat pillen slaap ik het laatste deel van de nacht nog goed. Zonder koppijn, maar met een zere keel word ik wakker en ga ik naar het werk. Coco voor die avond besluit ik dan te cancellen, want ik hoop voldoende op te knappen om zaterdag nog te kunnen kiten. Eenmaal op het werk is vooral Joedrienne onder de indruk van mijn sexy stem. Verder vinden ze me allemaal zielig en is de kerstboom vandaag bezorgd. Die is vrij hoog: hij past net niet. Het is een echte, hier mag dat gewoon op kantoor. Net als kerstversiering en kerstlampjes aan de muur hangen. In de loop van de middag valt me ineens op dat er een soort van serene rust op de afdeling hangt. Normaal is het best druk, soms is het doodstil, vaak is het een kabaal van jewelste. Nu is het serene rust. Niet doodstil, maar wel helemaal Zen. Dat komt omdat de dames het werk even hebben gelaten voor wat het is en de kerstboom zijn gaan versieren. Uit meerdere kasten komt een enorme hoeveelheid kerstversiering en in alle rust wordt de kale boom omgetoverd tot een echte kerstboom.


Even na vier uur voel ik me beroerd genoeg om naar huis te gaan. Het wordt dus een avondje Netflixen en foto's bewerken. Kiten zie ik de volgende dag niet echt gaan gebeuren, maar dat kan ik gelukkig verplaatsen naar zondagochtend. Lekker vroeg naar bed en na een redelijke nacht word ik redelijk wakker. Ik doe boodschappen en de was en verder helemaal niets. Ik hoef niks en ik wil niks. Lekker een dagje relaxen en beter worden. De keelpijn wordt minder, het hoesten wordt meer. Lijkt me dat ik daar wel mee kan kiten zondag, want hoesten doe je ook als je zeewater binnenkrijgt. De zaterdagavond breng ik in alle rust lezend, bloggend en Netflixend door. Zondag wordt een drukke dag: eerst kiten, daarna barbecueën, drinken en kletsen aan het zwembad hier, maar daarover volgende week vast meer.

Tot slot nog een huishoudelijke mededeling. De foto's die je deze week zag, zijn lang niet allemaal door mij gemaakt, maar ook door Dwight, Mariëlle en vooral Joyce. Het is maar dat je het weet.

Bon siman!

Reacties

Een reactie posten